Slotstand (wit) Gertie van Renselaar tegen (zwart) Albert Lusink provinciaal

Dit was de slotstand uit de partij Gertie van Renselaar – Albert Lusink, uit de wedstrijd tussen het 1e en het 2e team. Hier gaf wit zich gewonnen, maar doorspelen was zeker de moeite waard geweest.

[Event ""] [FEN "W:WK18,25:B11,K14,15,17"] 1. 18-13 11-16 2. 13-18 16-21 3. 18-29 17-22 4. 29-33 22-27 5. 33-38

Variant 1: 18-13 11-16 13-18 16-21 (dwingt wit om de lijn 4-36 te verlaten) 18-29 17-22 (21-27 29-33 17-21 komt op hetzelfde neer) 29-33 22-27 33-38.

Het zwarte probleem met deze stand is dat op 14-3 of 14-9 wit met 38-47 dreigt via 47-41 de lange lijn te bezetten, waarna zwart geen vangstelling meer op kan bouwen. (en op 27-32 volgt 47-41 32-38 41-14 en 25x14 en na terug gooien met 15-20 is zwart net te laat om de witte schijf af te stoppen).

En na een willekeurige zet met de dam op de hoofdlijn volgt de ruil met 25-20. Blijft over 14-32, maar na 38-47 dreigt weer de ruil 25-20, waardoor de zwarte dam weer terug moet naar 14 en wit terug gaat naar 38 met remise door zetherhaling.

 

[Event ""] [FEN "W:WK18,25:B11,K14,15,17"] 1. 18-13 11-16 2. 13-18 17-21 3. 18-22 21-26 4. 22-27

Variant 2: 18-13 11-16 13-18 17-21 18-22 21-26 22-27. Net als in de vorige variant dreigt er weer zetherhaling. Op bv. 14-5 volgt 27-38 5-14 38-27. De enige zet om dat te voorkomen is 14-19, maar dan volgt 25-20 15x24 27-38 24-30 38-24 met remise.

[Event ""] [FEN "W:WK18,25:B11,K14,15,17"] 1. 18-13 11-16 2. 13-18 17-21 3. 18-22 14-19 4. 22-36 21-26 5. 25-20 15x24 6. 36-47

Waar wit nog even voor moet uitkijken is variant 3: 18-13 11-16 13-18 17-21 18-22 14-19 en nu niet te snel remise willen forceren door 25-20 15x24 22-33 wegens 21-27 33x15 19-24 15x21  16x27, maar even geduldig blijven met 22-36, om pas na 21-26 25-20 15x24 36-47 te spelen.

En zou zwart in deze variant na 22-36 vervolgen met 19-23, met de bedoeling 36-47 21-27 25-20 15x24 47x15 23-29 15x21 16x27, dan speelt wit 36-13 (dreigt weer met 25-20 remise te maken) waardoor de zwarte dam weer terug moet naar 14. Opnieuw ligt zetherhaling weer op de loer.

Mijn conclusie is dat het zwart niet lukt om wit van de lijn 4-36 te verdrijven en tegelijk de hoofdlijn te houden, de overmacht vast te houden en zetherhaling te vermijden. Wie bewijst het tegendeel?

Albert Lusink


Geplaatst op donderdag 25 oktober 2018 door Maikel

Terug naar ovezicht

Met dank aan:

Eye-t Webdesign

Muziekhuis Souman